Nog volop in ontwikkeling

Noodsteunpunten zijn er op dit moment nog niet in iedere gemeente. In 2026 wordt daarom op verschillende plekken in Nederland geoefend. Door te oefenen wordt onderzocht wat nodig is voor een goed functionerend noodsteunpunt. Denk aan geschikte locaties, de bereikbaarheid, de informatiebehoefte van inwoners en de mensen en middelen die nodig zijn. De ervaringen uit de verschillende pilots worden samengebracht en vormen de basis voor een verdere, landelijk onderbouwde aanpak. Bijna 70 gemeenten, verspreid over alle 25 veiligheidsregio’s, doen mee aan deze landelijke pilot.

Wat gebeurt er in Noord-Holland Noord?

Ook in Noord-Holland Noord doen verschillende gemeenten mee aan de pilot. In gemeenten Schagen, Medemblik, Den Helder en Alkmaar wordt onderzocht wat in onze regio werkt en nodig is. Deze oefeningen vinden plaats in september en november. Een noodsteunpunt moet passen bij de omgeving en de inwoners. Wat in een klein dorp een logische en goed bereikbare plek is, kan in een stedelijke omgeving minder geschikt zijn. Daarom wordt ook gekeken naar de lokale situatie en de manier waarop inwoners het beste kunnen worden bereikt. Daarnaast nemen we ervaringen uit andere landen mee. Tijdens langdurige stroomuitvallen in onder meer Spanje en Portugal bleek hoe belangrijk het is dat inwoners ergens terechtkunnen voor informatie en contact. Door hiermee te oefenen, kunnen we deze lessen vertalen naar de Nederlandse en regionale situatie.

Samen zorgen voor betrouwbare informatie

Een noodsteunpunt staat niet op zichzelf. Een goede samenwerking tussen gemeente, veiligheidsregio, hulpdiensten en lokale partners is belangrijk. De gemeente organiseert en beheert het noodsteunpunt lokaal. De veiligheidsregio ondersteunt met kennis, regionale afstemming en de verbinding met de crisisorganisatie. Tijdens een langdurige noodsituatie kunnen noodsteunpunten worden ondersteund vanuit regionale coördinatiepunten. Zo kan informatie worden afgestemd en gedeeld, zodat inwoners op verschillende noodsteunpunten zo veel mogelijk dezelfde betrouwbare en actuele informatie krijgen.

Ook maatschappelijke organisaties, vrijwilligers en inwoners spelen een belangrijke rol spelen.

Oefenen om te weten wat werkt

Tijdens de oefeningen onderzoeken we onder andere:

  • welke locatie en inrichting geschikt zijn;
  • welke functies een noodsteunpunt moet hebben;
  • welke informatie inwoners nodig hebben;
  • welke mensen en middelen nodig zijn;
  • hoe gemeente, veiligheidsregio, hulpdiensten en lokale partners samenwerken;
  • hoe informatie wordt afgestemd tussen noodsteunpunten en het regionale coördinatiepunt;
  • hoe een noodsteunpunt langere tijd beschikbaar kan blijven.

Het doel van de pilot is dan ook niet alleen om een noodsteunpunt te testen. We willen vooral samen leren wat nodig is om inwoners tijdens een langdurige noodsituatie van informatie, contact en ondersteuning te kunnen voorzien.

Zo bouwen we stap voor stap aan een aanpak die past bij Noord-Holland Noord én aansluit bij de landelijke ontwikkeling.

Van oefenen naar een landelijke aanpak

De ervaringen uit de landelijke pilot worden gebundeld in een landelijke handreiking. Deze wordt naar in de loop van 2027 door het NIPV opgeleverd. De handreiking moet gemeenten en veiligheidsregio’s meer houvast geven bij de verdere inrichting en implementatie van noodsteunpunten.