1. Ga naar binnen

  • Door naar binnen te gaan, loop je zo min mogelijk gevaar. Dat geldt voor iedereen.
  • Als je buiten bent en niet in de buurt van je huis, ga dan zo snel mogelijk het dichtstbijzijnde gebouw in, bijvoorbeeld een bedrijf, kantoor, winkel of huis.
  • Kinderen die op school zijn, moeten daar blijven en worden opgevangen door de schoolleiding. Informeer vooraf bij de school hoe er bij een noodsituatie wordt gehandeld.
  • Zit je in de auto? Parkeer die dan en ga zo snel mogelijk ergens naar binnen. Kan dit niet, zet dan de auto stil (motor en ventilatie uit) langs de kant van de weg en blijf in de auto.
  • Geef anderen de gelegenheid om bij jou te schuilen.
  • Zie je dat anderen de sirene niet opmerken, waarschuw ze dan.


2. Sluit ramen en deuren

  • Een zwaar ongeval kan tot gevolg hebben dat er gevaarlijke stoffen in de lucht komen. Je kunt jezelf daartegen beschermen door te schuilen in de woning of een ander gebouw.
  • Sluit ramen, deuren en andere openingen in jouw woning. Denk ook aan tussendeuren, roosters, ontluchtingskokers, schuiven enzovoort.
  • Ga in elke ruimte na waar buitenlucht naar binnen komt en sluit die openingen af.
  • Zet indien mogelijk de mechanische ventilatie uit of zet het systeem op de laagste stand.
  • Plak de afvoer van ventilatie en andere openingen af (met kranten of plastic).
     

3. Luister naar de rampenzender en volg de instructies op

  • Als de sirene gaat, krijgt de regionale radio de rol van officiële noodzender.
  • Op deze zender meldt de overheid wat er aan de hand is en welk gevaar er is. Je krijgt hier instructies en adviezen. Volg die op.
  • Vaak vind je ook op www.crisis.nl actuele informatie.


4. Weet wanneer het buiten weer veilig is

  • Het is niet zo dat als de sirene stopt, de situatie weer veilig is.
  • Pas als je op de rampenzender hebt gehoord dat de situatie weer veilig is, kun je ervan uitgaan dat het gevaar is geweken.


De sirenetest

Jouw gemeente test de sirene elke eerste maandag van de maand om 12.00 uur. Je hoeft dan niets te doen.
 

U bent niet akkoord gegaan met de cookies zoals beschreven in het cookiebeleid. Daarom wordt inhoud uit externe bronnen niet getoond. Accepteer de het cookiebeleid om de geblokkeerde inhoud te tonen.

Informatie over het WAS (Waarschuwings- en Alarmeringssysteem) van het ministerie van Justitie en Veiligheid:


Feiten & cijfers over de sirene

Er is nog geen besluit genomen over de toekomst van het WAS (Waarschuwings- en Alarmeringssysteem). In de komende jaren zullen het kabinet en de Tweede Kamer besluiten of en hoe het WAS wordt voortgezet.

Feiten & cijfers over het WAS

  • Het WAS (de sirenes) is één van de crisiscommunicatiemiddelen die kan worden ingezet bij een ramp, crisis of ander ernstig incident.
  • De sirenes zijn in 1998 in gebruik genomen.
  • Het WAS bestaat uit 4.278 sirenes verdeeld over Nederland.
  • In het geval van een ramp of crisis kunnen de sirenes worden aangezet. Inwoners worden geacht zo snel mogelijk het dichtstbijzijnde gebouw binnen te gaan, ramen en deuren te sluiten en de radio of televisie aan te zetten op NH-Nieuws wanneer zij de sirene horen.
  • Het WAS is primair bedoeld voor de waarschuwing buitenshuis; de waarneembaarheid binnenshuis is minder zeker vanwege andere geluidbronnen, dubbele beglazing en isolatietechnieken.
  • Uit onderzoek blijkt dat het bereik van het WAS fluctueert tussen 75% en 80% van de bevolking (12 jaar en ouder). Het bereik van NL-Alert fluctueert tussen 85% en 90% procent. Het algemene bereik onder de bevolking is bij NL-Alert dus 10 procent hoger.
  • De inzet van het WAS is gemiddeld 1 á 2 keer per jaar. Het WAS is de laatste twee keer ingezet in Zuid-Limburg: in 2019 (vrijgekomen giftige stof op Chemelot) en 2021 (evacuatie vanwege overstroming Meerssen).
  • De sirenes zijn door het Rijk alleen geplaatst in woonkernen met 1.000 inwoners of meer. Er staan vrijwel geen sirenes in kleine dorpen en buurtschappen, op het platteland, in natuur- en recreatiegebieden en andere buitengebieden.