Overslaan en naar de inhoud gaan

Anita: “Binnen de sectie Bevolkingszorg – zeg maar de vooruitgeschoven post van de zeventien regiogemeenten in de crisisorganisatie - zijn we met zes AC’s. Aanvankelijk zouden Ben en collega Arjen de ‘coronataak’ delen. De andere vier collega’s zouden de reguliere piketdiensten overnemen. Maar Arjan werd ziek, zijn hele gezin ook. Toen heb ik zijn plaats ingenomen. Week om week was de afspraak met Ben, daar zijn we bij onze werkgever ook voor vrijgemaakt. Maar het was ongelooflijk hectisch en ondertussen probeer je de ballen in je eigen werk óók hoog te houden. Dat vraagt veel. Het laatste weekeinde van juni was ik voor het eerst in drie maanden echt een keer een zaterdag en zondag vrij. Dat zegt wel iets.”

“Als Bevolkingszorg tekenen we voor de hulp en ondersteuning die gemeenten tijdens crises aan inwoners geven, zoals het regelen van opvang, voorlichting, communicatie en het voorbereiden van handelingsperspectieven. In deze crisis stond met name ook de ‘vertaling’ van landelijke noodverordeningen naar gemeentelijk niveau centraal – denk bijvoorbeeld aan handhaving van de regels, waarbij wij meer op ‘regie en vooruitkijken’ en minder op ‘kant-en-klaar resultaat’ zaten. Dat ik daarbij een rol heb kunnen vervullen, beschouw ik als zinvol en betekenisvol. Iedereen had met de coronacrisis te maken, maar ik kon iets doen om toch een beetje het verschil te helpen maken. En dat samen met een geweldig team, dat heb ik wel echt als bijzonder ervaren.  Tegelijkertijd realiseer ik me dat het bizar klinkt om te praten over een mooie ervaring als je denkt aan al het leed dat zich heeft voltrokken: mensen die moesten worden opgenomen, die overleden, die eenzaam in verzorgingshuizen zaten. Ik heb er zelf alleen indirect mee te maken gehad. Maar als iemand in je directe omgeving je vertelt dat hij niet naar zijn vader of moeder mag, dan is die pijn echt wel invoelbaar.”

Ben: “We hebben dichtbij het vuur gezeten, zitten dat nog steeds eigenlijk. We horen de verhalen, we kennen de stand van zaken. Je zet je met hart en ziel in om het veilig te maken en je weet: dit virus is nu dan misschien even uit beeld, maar het is bij lange na nog niet weg. Ondertussen zie je mensen overal nonchalanter worden. Dat wringt. Onlangs moesten stranden weer worden afgesloten vanwege de drukte. En dan is er steeds de discussie over de anderhalve meter afstand. Ik ben er misschien wat stug in, maar ik zeg: afspraak is afspraak, let op die anderhalve meter. Helaas zit niet iedereen er zo in. En het verschil tussen de rekkelijken en de preciezen speelt steeds meer op.”

Anita: “Vooraf dachten we ook dat ons werk met de versoepelingen eenvoudiger zou worden. Maar dat hebben we niet goed ingeschat. Naarmate meer mag, wordt de interpretatie van regels diffuser en onze taak intensiever. Dat geldt de komende tijd nog een beetje meer, nu met de nieuwe noodverordening een nóg grotere rol is weggelegd voor de gemeenten. Ons werk is bepaald nog niet klaar, en dan heb ik het niet over een tweede golf, al maak ik me daar persoonlijk wel zorgen over. Want kun je die versoepeling terugdraaien? Zo ja, hoe? En houden we dan als samenleving de saamhorigheid die we in de begintijd hadden?”

Ben: “Ik denk dat dat voor veel mensen een zware opgave zou zijn. Ik heb een moeder van 91 jaar en een verstandelijk gehandicapte zus die ik onlangs voor het eerst in al die maanden weer mocht meenemen toen ik naar haar toe ging. Zoiets gaat mij niet in de koude kleren zitten, zoals ook het vele leed dat wordt ervaren bij ziekte, overlijden en dreigende bedrijfssluitingen hard binnenkomt. Daar bovenop komt nog dat sociale netwerken volledig dreigen onder te sneeuwen. In mijn geval is dat goeddeels op kantoor, waar we niet naartoe mogen. Ik vind dat alles een zeer harde, confronterende kant van deze crisis.”