Vroeger huisden er probleemjongeren, tegenwoordig is het Transferium langs de weg naar sportpark De Vork in Heerhugowaard opvanglocatie voor Oekraïense vluchtelingen. Ze delen er units met acht kamers die wel eigen sanitair hebben, maar een gedeelde keuken. Vooral daar ontstaat een nieuwe sociale cohesie, gevoed door een vurig gemeenschappelijk verlangen: de Russen verjagen en terug.

Marija Belous is er zeker van dat ze terugkeert naar Charkov, de tot de oorlog begon 1,4 miljoen inwoners tellende stad in het noordoosten van Oekraïne, niet meer dan 20 kilometer van de grens met Rusland. De stad lag al snel vol in de vuurlinie, vertelt ze. “We zaten verstopt in de badkamer, matrassen over ons heen. Er waren dagen dat er elke minuut projectielen over onze hoofden vlogen. Het was afschuwelijk. We stonden doodsangsten uit.”

Marija Belous
Marija Belous

Emotioneel

Ze is klein, maar kranig. Is blij en bijna vrolijk als ze vertelt over Nederland, maar wordt emotioneel als het over Oekraïne gaat. Ze had nooit gedacht dat ze op haar leeftijd nog een keer een oorlog moest ontvluchten, zegt ze in tranen. Een oorlog die zij zich – kind van Oekraïens-Russische ouders en weduwe van een Wit-Russische man – nooit had kunnen voorstellen. Maar ze móest er weg, want het werd te gevaarlijk. De knoop werd definitief doorgehakt toen een raket een winkel trof waar ze kort daarvoor zelf nog had gestaan. Het was een aanval waarbij veel mensen het leven lieten of zwaargewond raakten.

Eind februari, slechts dagen na de inval, vertrok ze met zoon Serhei, diens ex Victoria, kleindochter Natasja en hondje Bizka. De reis voerde eerst naar Poltava, 150 kilometer westelijker, waar ze een week verbleven bij kennissen. Maar toen ook daar de bommen begonnen te vallen, waren de koffers snel weer gepakt. Eerst ging de reis naar Tsjernivtsi, duizend kilometer verder naar het westen. Daarna richting de grens met Polen, waar het advies kwam het vliegtuig naar Nederland te pakken.

Behulpzaam

Geen moment had ze zich een voorstelling durven maken van het warme bad waarin ze zou belanden. Dankbaar is ze de Nederlanders, zegt ze met tranen in haar ogen, dankbaar, dankbaar en nog eens dankbaar. Natuurlijk vanwege de steun met geld en wapens aan haar land, maar ook voor het warme onthaal. “Iedereen groet je, is belangstellend, probeert een praatje te maken, mensen zijn vriendelijk en ongelooflijk behulpzaam. Het land is prachtig, de mensen zijn het ook. We zijn met open armen ontvangen, hoeven niets te betalen. We zijn hier al lang, eigenlijk té lang, maar krijgen alles, en dan bedoel ik ook écht alles-alles.”

Het liefste zou ze de namen van al die mensen die de helpende hand toestaken met hoofdletters in het artikel terugzien. De burgemeester van Dijk en Waard, die haar de hand schudde en haar vriendelijk toesprak. Peter en Debbie Spruit van hotel Heer Hugo, waar ze de eerste dagen verbleef. Pedro, de werkgever van haar kleindochter, die altijd rekening met haar houdt, zodat ze haar studie kan afmaken. Martijn van de gemeente, voor wie niets te veel is en die helpt waar en wanneer het nodig is. Of Alexandra en Ronald, een Oekraïens-Nederlands echtpaar dat haar hielp in de contacten met de ambassade en met het openen van een bankrekening. En zo is er nog een lange lijst met namen, zoals die van Tonja, de tolk die ook tijdens het interview over en weer vertaalt en zo een gesprek mogelijk maakt. Alle vrijwilligers in het Transferium. Huisarts Max Caffa, specialisten in het ziekenhuis, de audicien. “Ze staan allemaal klaar. Niet alleen voor mij, voor ons allemaal. Het heeft diepe indruk op mij gemaakt. Ik waardeer het zo, dat het eigenlijk niet in woorden is uit te drukken. Ik ben zó ongelooflijk dankbaar.”

Spaarzaam

Ze volgt de gebeurtenissen in haar vaderland op de voet, weet precies de hoeveelste dag van de oorlog het is. Veel informatie komt via Oekraïense media op het internet. Contacten met vrienden en bekenden in het oorlog zijn er wel, maar zijn spaarzaam. “Het is moeilijk om mensen te bereiken”, zegt ze. Wat ze zeker weet: in haar grote vrienden- en kennissenkring is niemand vóór Rusland, zelfs niet de bekenden die ín Rusland wonen en Russisch zijn. “Iedereen is op de hand van Oekraïne.”

Ze huilt als het gaat over de wederopbouw van haar land, waar ze heilig in gelooft. “Onze president Zelensky (haar duim gaat omhoog tijdens het praten, red.) heeft beloofd dat iedereen kan terugkomen, dat we alles gaan herbouwen en dat we het mooiste leven krijgen dat je je maar kunt indenken, zonder pijn, angst, verdriet, dood of oorlog. Ik denk dat het kan. We zijn weer aan het winnen.”

Uniek

In Charkov is het rustiger dan toen ze er vertrok. De Russen zijn er weg, de Oekraïners hebben het er voor het zeggen. Haar huis staat nog overeind, weet ze. Wat ze niet weet, is wanneer het veilig genoeg is om terug te gaan. “Dat wachten we af, dat horen we hopelijk vanzelf. Tot dat kan, hoop ik dat we hier kunnen blijven, in dit mooie land, met zijn mooie fietspaden en infrastructuur en waar alles zo goed is georganiseerd. Ook voor mij geldt dat het klokje nergens zo goed klinkt als thuis, en ik kan niet wachten tot we terug kunnen, maar ik zal de pracht, de liefde, de vriendelijkheid en de medemenselijkheid die ik hier heb gevoeld nooit vergeten. We hebben het écht ongelooflijk getroffen. Uniek.”